In dit nieuwsbericht geven we een update van een aantal zaken waar de Bewonersfederatie zich de afgelopen tijd voor heeft ingezet. Het is een wat langer verhaal geworden om inzicht te geven in de discussie rond bevaarbaarheid van de plassen (luwtestructuren en beheer waterplanten).
Aanleiding is de onrust die is ontstaan over de voorgestelde aanleg van zogenoemde luwtestructuren en de mogelijke gevolgen daarvan voor recreatievaart, lokale economie en leefbaarheid. We schetsen de achtergronden van deze discussie, welke geleid hebben tot de onlangs gepubliceerde gezamenlijke verklaring vanuit de stuurgroep.
Bevaarbaarheid plassen (luwtestructuren en waterplanten)
Gezamenlijk optrekken in lastige tijden is de kern waar het in het OVP (het Gebiedsakkoord Oostelijke Vechtplassen) om draait. De afgelopen periode is er onrust ontstaan in het gebied. Onrust vanwege de mogelijke komst van “luwtestructuren” in de Plas. Een eufemisme voor damwanden of palenrijen in de plas, waarachter waterplanten moeten gaan groeien. Voor watersporters een raar idee: de plassen zijn om op te varen, daar ga je toch geen obstakels in plaatsen?
Soms zijn er momenten dat het schuurt. Met de aankondiging van Waternet/AGV waar zij luwtestructuren willen plaatsen om de waterkwaliteit in de plassen te verbeteren ontstond veel onrust. Bij watersporters omdat zij grote risico’s zagen voor de bevaarbaarheid van de plas. En daarmee bij ondernemers voor de overlevingskansen van hun bedrijven, die stoelen op juist het kunnen varen in het gebied. Ook onder onze achterbannen als bewonersverenigingen merkten wij de onrust.
Waarom luwtestructuren?
In het kort komt het erop neer dat de waterkwaliteit in het gebied niet goed is. Er zitten te veel voedingsstoffen in. Ook is het doorzicht onvoldoende; de plassen zijn troebel. Onder andere vanwege het baggerslib, dat bij een veenplas hoort, maar door golfslag en varen op de plas wordt opgewerveld.
De waterkwaliteit in heel Europa moet voldoen aan de Kaderrichtlijn Water, waarbinnen doelen zijn vastgesteld. 2027 is het jaar waarin alle wateren aan deze richtlijn moeten voldoen. De waterkwaliteit in de Vechtplassen voldoet niet. Dit is overigens een issue dat breder in Nederland speelt; het is de vraag of Nederland deze wettelijk vastgestelde doelen wel gaat halen.
Om een gezonde waterkwaliteit in de Vechtplassen te krijgen is, zo blijkt uit diverse onderzoeken, voedselarm en helder water nodig. In helder water groeien de juiste waterplanten, passend bij het gebied. Dat zijn vooral bodembedekkende kranswieren. Die veenslib vasthouden.
In het gebied is Waternet/AGV primair verantwoordelijk voor het realiseren van gezonde waterkwaliteit, waarbij het tegelijk één van de pijlers van het gebiedsakkoord is en dus de opgave die alle partijen zichzelf hebben gesteld. Naast natuurontwikkeling en versterking van de lokale (watersport gerelateerde) economie.
Op het gebied van natuurontwikkeling hebben we in dit gebied ook te maken met Europese en landelijke wetgeving; de Oostelijke Vechtplassen zijn aangewezen als Natura 2000 gebied, er wordt gewerkt aan versterking van het NatuurNetwerkNederland (NNN, zie kader onderaan).
Als een van de maatregelen om de waterkwaliteit te verbeteren en tegelijkertijd te voldoen aan de doelen van NNN en Natura 2000, wordt de aanleg van luwtestructuren voorgesteld (overigens al vanaf de start van het Gebiedsakkoord).
De andere maatregelen die worden genomen zijn het realiseren van defosfaterings installaties, die het instromend water zuiveren van een teveel aan fosfaten (voedselarm maken), baggeren van veenslib (afgerond voor de 1e t/m 5e plas) en het afvangen van brasem (vissen die de bodem omwoelen).
De luwtestructuren zouden moeten zorgen voor luwe gebieden in de plas, waarin zwevende baggerslib kan neerslaan op de bodem en waar waterplanten gaan groeien. De waterplanten houden slib vast en dragen bij aan een gezond waterlichaam.
Onrust
Bij de gebruikers van de plas (watersportverenigingen, -ondernemers en bewoners) ontstond onrust door deze aangekondigde plannen. De voorgestelde omvang en locatie van deze structuren belemmert het gebruik als recreatieplas. Daarnaast wordt er gevreesd voor het succes; dat de plas volgroeit met waterplanten, waardoor varen onmogelijk wordt. Voorbeelden van andere gebieden in Nederland gelden als doembeeld, zoals de Randmeren. Beheer (maaien) kost veel geld en wordt belemmerd door natuurwetgeving (beschermde planten mogen niet gemaaid).
Bijeenkomsten in het gebied en binnen het Gebiedsakkoord-OVP
Er zijn vanuit het OVP de afgelopen maanden een aantal bijeenkomsten georganiseerd in het gebied, waarin met betrokkenen is gesproken en door Waternet/AGV is toegelicht wat de bedoeling is.
Ook in de Regiegroep en de Stuurgroep van het OVP, waar de partijen samenwerken, is het onderwerp de afgelopen maanden een aantal keren op de agenda gezet. Daarbij is de onrust onder de gebruikers naar voren gebracht naast de risico’s voor onbeheersbare plantengroei met gevolgen voor bevaarbaarheid en economische vitaliteit in het gebied.
Doordat de voorgestelde maatregelen voortkomen uit wettelijke verplichtingen tot verbetering van waterkwaliteit en natuur (de hiervoor genoemde KRW, NNN en Natura 2000 wetgeving) dreigde de bevaarbaarheid van de plas het onderspit te delven. Daarvoor is geen wettelijke of juridische basis. In de ontstaansgeschiedenis van de Vechtplassen, vanuit veenwinning, is het kunnen varen op de ontstane plassen min of meer “per ongeluk” uitgegroeid tot wat het is geworden; een van de meest bijzondere watersportgebieden in Nederland. Bevaarbaarheid is, buiten aangewezen vaarwegen, niet juridisch geborgd.
Bij de opgave van het baggeren van de plas was dit al naar voren gekomen, en was een van de aanleidingen om het baggeren als collectief project op te pakken, met succes. Voor het toekomstig beheren van de baggeraanwas is dit overigens nog steeds een issue waarvoor nog gezocht wordt naar een structurele oplossing. En bij het bespreken van de luwtestructuren werd de onrust aangewakkerd door een aantal verschillende interpretaties van wat bevaarbaarheid nu eigenlijk betekent: betekent dat houden zoals het nu (ongeveer) is of mogen de plassen voor een flink deel ‘dichtgroeien’ en is een minder grote bevaarbare oppervlakte ook ‘bevaarbaarheid’?
Gezamenlijk optrekken bewoners, ondernemers en watersportverenigingen
Vanwege de grote onrust onder de achterbannen zijn we afgelopen maanden als Bewonersfederatie actief in overleg gegaan met de ondernemers en watersportverenigingen. Dat is goed bevallen. Samen zijn we erin geslaagd om de bestuurders van de betrokken partijen het belang van blijvende bevaarbarheid van de plassen te laten onderschrijven, als net zo belangrijk als het halen van natuur- en waterdoelen. De verklaring van de stuurgroep, waarin het belang van blijvende bevaarbaarheid wordt herbevestigd, is inmiddels gepubliceerd (zie link aan het einde).
Voor de watersportsector en voor ons als bewoners is dit een belangrijke stap. Is daarmee alles geregeld? Zo makkelijk is het niet. Wel is belangrijk dat we in de lastige afweging van de diverse belangen ook het belang van blijvend kunnen gebruiken van de plassen voor de recreatievaart bevestigd hebben gekregen.
Kernteam beheer waterplanten
Als eerste praktische stap is voor het beheren van de ongewenste groei van waterplanten een Kernteam in het leven geroepen, met daarin vertegenwoordigers van bewoners, ondernemers en watersportverenigingen, naast “het bevoegde gezag”. Er wordt geld uit het OVP beschikbaar gesteld voor het beheer door het Plassenschap. Wij zitten aan tafel voor het nemen van besluiten waarin de belangen schuren, om te zorgen dat de plas blijvend gebruik kan worden voor recreatie. En dat de waterkwaliteit verbetert. Wat immers in ons aller belang is.
Beheer in bredere zin
In de tussentijd zijn we, samen met ondernemers en watersportvereniging verder in gesprek, om het beheer in brede zin van onze plassen in de toekomst structureel te organiseren. Samen met de andere partijen uit het Gebiedsakkoord. Dat akkoord loopt tot en met 2027, maar daarna zijn we immers nog niet klaar.
Met de verklaring van de bestuurders van het OVP is hiervoor een belangrijke stap gezet.
Met erkenning van het belang van de plassen voor recreatie, belangrijk element in de identiteit van ons gebied, voor de economie en leefbaarheid. Naast het belang van ontwikkeling van natuur en verbetering van de waterkwaliteit. En met erkenning van het belang van medezeggenschap van de gebruikers. We zijn op de goed weg, maar er is ook nog veel te doen.
Kader Gebiedsakkoord – Hoe zat het ook alweer?
In het Gebiedsakkoord voor de Oostelijke Vechtplassen is door 21 partijen besloten samen te werken om de uitdagingen die het gebied kent krachtig aan te pakken. De overtuiging dat het beter was dit samen te doen, dan ieder voor zich, leidde in 2017 tot de ondertekening van het akkoord. Voor het gebied werden budgetten samengevoegd en werd een ambitieus programma opgesteld, waar dus al sinds 2017 aan wordt gewerkt. Met het akkoord is het niet minder uitdagend geworden; samenwerken vergt meer van elke organisatie. Juist de overtuiging dat dit meerwaarde oplevert voor elk van de partijen houdt het Gebiedsakkoord in leven.
Als Bewonersfederatie zijn we sinds 2019 actief betrokken, in de periode daarvoor was BELP (bewoners aan de eerste plas) betrokken.
Zoals op onze website samengevat:
In het gebiedsakkoord (nu Aanpak Oostelijke Vechtplassen) is de ambitie uitgesproken om de komende 10 jaar te werken aan een forse kwaliteitsverbetering voor natuur en landschap, recreatie en toerisme en de leefomgeving. Hierdoor worden de Oostelijke Vechtplassen verder ontwikkeld tot een aantrekkelijk en toegankelijk gebied, waar mensen graag wonen, werken en recreëren en waar recreatie en natuur goed samengaan en elkaar versterken. De maatregelen uit het gebiedsakkoord bestaan onder meer uit baggeren in de Loosdrechtse Plassen. Hierbij wordt de bagger gebruikt voor het herstellen van legakkers en het aanleggen van nieuw wetland. Andere maatregelen zijn het versterken van het recreatief routenetwerk voor varen, fietsen en wandelen, het moderniseren van de recreatiesector, de aanleg van nieuwe natuurgebieden en het verbeteren van de natuur- en waterkwaliteit.
Kader NNN en Natura 2000:
Natura 2000 en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) zijn beide beschermde natuurgebieden, maar verschillen in oorsprong, doel en striktheid. Natura 2000 is een strikt Europees netwerk gericht op specifieke bedreigde soorten en habitats. Het NNN is een breder, nationaal netwerk (voorheen EHS) gericht op de samenhang, kwaliteit en uitbreiding van natuur, waarbij bijna alle Natura 2000-gebieden onderdeel zijn van het NNN.
Belangrijkste verschillen:
- Beschermingsniveau: Natura 2000 biedt een zeer strikte, juridische bescherming op Europees niveau. NNN biedt planologische bescherming (via provincies) gericht op het behoud van oppervlakte en ‘wezenlijke kenmerken en waarden’.
- Omvang:
Het NNN is groter en omvat ook natuurgebieden die niet Europees beschermd zijn, zoals provinciale landschappen of verbindingszones. - Doel: Natura 2000 beschermt specifieke, Europees aangewezen habitattypen en soorten. NNN richt zich meer op het verbinden van natuurgebieden om ze robuuster te maken.
- Toetsing: Bij projecten in Natura 2000-gebieden geldt een strenge stikstof- en effecttoets (vergunningplicht). Bij NNN geldt een ‘nee, tenzij’-regime, waarbij aantasting soms mogelijk is als het wordt gecompenseerd.
Kortom: Alle Natura 2000-gebieden zijn NNN, maar niet alle NNN-gebieden zijn Natura 2000
Bijlage: verklaring van de stuurgroep
